De onervaren stagiair is geen vrijbrief voor de werkgever
12 februari 2026
Wat is de positie van stagiairs bij bedrijfsongevallen? Stagiaires zijn geen werknemers in de klassieke zin van het woord, maar verrichten wel arbeid binnen een bedrijf en worden daarbij blootgesteld aan arbeidsrisico’s. In de praktijk blijkt regelmatig dat werkgevers geneigd zijn ongevallen tijdens een stage af te doen als een gevolg van onervarenheid. Een recente uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland maakt duidelijk dat die redenering juridisch geen verschil maakt. Ook een onervaren of ‘klunzige’ stagiair valt onder een vergaande zorgplicht die op een werkgever rust.
Juridisch kader
Artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek legt op de werkgever een vergaande zorgplicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving, duidelijke instructies en passend toezicht. Het vierde lid van dit artikel bepaalt dat deze zorgplicht ook geldt voor personen die arbeid verrichten zonder arbeidsovereenkomst, zoals stagiairs.
In de praktijk betekent dit dat een stagebedrijf tegenover een stagiair vrijwel dezelfde verplichtingen heeft als tegenover een werknemer. De zorgplicht is ruim en streng. Van werkgevers wordt verwacht dat zij rekening houden met onervarenheid, gebrek aan routine en het feit dat stagiaires fouten kunnen maken. Juist omdat stagiaires nog lerende zijn, mag niet snel worden aangenomen dat een werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan.
Aan aansprakelijkheid kan alleen worden ontkomen als het ongeval het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de stagiair. Die uitzondering wordt in de rechtspraak zeer terughoudend toegepast.
ICT-stagiaire met letsel door een schroeftol
In een uitspraak van 29 oktober 2025 oordeelde de Rechtbank Noord-Holland over een ICT-stagiair die tijdens werkzaamheden bij een klant een bureau demonteerde met een schroeftol. Het gereedschap schoot uit, waardoor een voortand afbrak. De werkgever stelde dat de stagiair op eigen initiatief handelde en bovendien onhandig te werk was gegaan. De kantonrechter ging daar niet in mee.
De rechtbank benadrukte dat van een hbo-stagiair juist een zekere mate van initiatief mag worden verwacht. Dat de werkgever geen duidelijke instructies had gegeven over de werkzaamheden en het gebruik van gereedschap, kwam volledig voor haar rekening. Ook het ontbreken van direct toezicht werd meegewogen. Van opzet of bewuste roekeloosheid was geen sprake. De werkgever werd aansprakelijk gehouden voor zowel de tandheelkundige kosten als het smartengeld
Conclusie
Deze uitspraak onderstreept dat de zorgplicht van artikel 7:658 BW in de letselschadepraktijk zeer ruim wordt uitgelegd, ook bij stagiairs. Onervarenheid, fouten of “klunzig” handelen horen bij leren en werken in de praktijk. Voor de aansprakelijkheidsvraag is dat geen reden om schade voor rekening van de stagiair te laten.




