Een ongeval met scootmobiel heeft vaak ernstige gevolgen. De bestuurder van een scootmobiel is doorgaans kwetsbaar: vaak gaat het om ouderen of mensen met een lichamelijke beperking. Bij een aanrijding met een auto of ander voertuig loopt een scootmobilist een groot risico op zwaar letsel. Gebroken ribben, schouderbreuken en langdurige revalidatietrajecten zijn helaas geen uitzondering. Maar hoe zit het juridisch? Wie is aansprakelijk bij een aanrijding met een scootmobiel, en welke rechten heeft het slachtoffer?

Scootmobiel en verkeerspositie

De vraag of een scootmobielbestuurder juridisch gezien een sterke of zwakke verkeersdeelnemer is, is minder eenvoudig dan het lijkt. De scootmobiel valt volgens het RVV 1990 in de categorie gehandicaptenvoertuig: een voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder dan 1,10 meter, en uitgerust met een motor waarvan de maximumsnelheid niet meer dan 45 km/u bedraagt. Het is daarmee geen motorvoertuig in de zin van de wet. Motorvoertuigen zijn namelijk alle gemotoriseerde voertuigen, behalve onder meer bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen.

Ongeval scootmobiel

In de praktijk bevindt de scootmobielbestuurder zich daarmee in een bijzondere positie. De bestuurder van een gehandicaptenvoertuig is in de zin van het verkeersrecht géén bestuurder van een motorvoertuig, maar wordt wel als bestuurder beschouwd en dus niet als voetganger. Tegelijkertijd erkent de rechtspraak dat de positie van een scootmobielbestuurder minstens even kwetsbaar is als die van een voetganger of fietser.

Aanrijding door een motorvoertuig

Wanneer een scootmobilist wordt aangereden door een auto, bus of motor, rijst de vraag of artikel 185 Wegenverkeerswet 1994 van toepassing is. Dit artikel bepaalt dat de eigenaar of houder van een motorrijtuig verplicht is schade te vergoeden wanneer dat motorrijtuig betrokken is bij een verkeersongeval met niet-gemotoriseerde verkeersdeelnemers, tenzij sprake is van overmacht.

Het bijzondere is dat artikel 185 WVW formeel niet rechtstreeks van toepassing is op een scootmobiel. Lid 3 van dit artikel sluit namelijk schade uit die is toegebracht aan een ander motorrijtuig in beweging. Hoewel een scootmobiel volgens de WVW technisch een motorrijtuig is (voortbewogen door mechanische kracht), is het in het RVV 1990 uitgezonderd van de categorie motorvoertuigen. Rechters hebben geoordeeld dat het aansprakelijkheidsregime van artikel 185 WVW niet analoog kan worden toegepast bij een ongeval tussen een auto en een scootmobiel.

Dat betekent echter niet dat een scootmobilist met lege handen staat. Het Gerechtshof Leeuwarden (ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2690) oordeelde dat de positie van een bestuurder van een invalidenvoertuig tenminste even kwetsbaar is als die van een voetganger of fietser, en dat op de automobilist daarom dezelfde zware zorgvuldigheidsplicht rust. Dit houdt in dat de automobilist bij het bepalen van zijn rijgedrag rekening moet houden met fouten van de scootmobielbestuurder, tenzij die fouten zo onwaarschijnlijk zijn dat hij daarmee in redelijkheid geen rekening hoefde te houden. De aansprakelijkheid wordt in deze gevallen beoordeeld via artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad).

Ongeval met een fietser of voetganger

Bij een botsing tussen een scootmobiel en een fietser of voetganger ligt de situatie anders. Aangezien een scootmobiel geen motorvoertuig is in de zin van het RVV, kan het scootmobiel-ongeluk niet worden afgewikkeld op grond van artikel 185 WVW. De aansprakelijkheid moet dan volledig worden beoordeeld op basis van artikel 6:162 BW. Het gaat er dan om of een van beide partijen een onrechtmatige daad heeft gepleegd: een inbreuk op een recht, handelen in strijd met een wettelijke plicht, of handelen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

In de praktijk speelt bij dit type aanrijding met scootmobiel vaak de verkeerssituatie een bepalende rol: wie had voorrang, was er sprake van onoplettendheid, en was het gedrag van de betrokkene voorzienbaar?

Bewijslast en aansprakelijk stellen

Het vaststellen van aansprakelijkheid bij letselschade scootmobiel vergt een zorgvuldige beoordeling. Wie een schadevergoeding scootmobiel wil vorderen, moet in beginsel aantonen dat de tegenpartij onrechtmatig heeft gehandeld. De bewijslast voor het vaststellen van een concrete onrechtmatige gedraging rust op het slachtoffer.

In de praktijk kunnen de volgende stappen van belang zijn:

  • Het verzamelen van een politierapport en getuigenverklaringen.
  • Het vastleggen van de verkeerssituatie, waaronder voorrangsregels en snelheden.
  • Het laten beoordelen of de tegenpartij zijn zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden.
  • Het inschakelen van een letselschade-expert die de schade en aansprakelijkheid in kaart brengt.

Het is altijd aan te raden om tijdig juridisch advies in te winnen, zodat de juiste stappen worden gezet.

Neem contact met ons op

Bent u of een naaste betrokken geweest bij een ongeval met een scootmobiel en wilt u weten of u recht heeft op schadevergoeding? Neem dan vrijblijvend contact met ons op. Wij beoordelen uw situatie en begeleiden u bij het aansprakelijk stellen van de veroorzaker. In de meeste gevallen hoeft u de kosten niet zelf te betalen; wij proberen deze zoveel mogelijk op de tegenpartij te verhalen.

Schadevergoeding berekenen

Benieuwd naar de mogelijke vergoeding van uw schade? Op onze website krijgt u direct een indicatie.

Bereken uw vergoeding
Google

Ruim 2.000 succesvolle trajecten

Lees de ervaringen van andere mensen die wij hebben geholpen.

  • Wij werken door heel Nederland
  • Maximale schadevergoeding
  • Uw zaak direct in behandeling

Vertel ons wat er is gebeurd.
Dat kost u niets!

We gebruiken uw gegevens alleen voor het gevraagde contact. Lees onze privacyverklaring.

Liever telefonisch advies?

085 - 0606999
Wij zijn 24/7 bereikbaar en staan direct voor u klaar bij letselschade.